Breeddescription: Health

Alles over de gezondheid van de Portugese Waterhond

Erfelijke Afwijkingen & Prioriteiten

Zoals bij de meeste hondenrassen komen er ook bij de PWD verschillende erfelijke afwijkingen voor. Er is qua fokken een duidelijk verschil in prioriteiten die fokkers stellen. Sommigen besteden vooral aandacht aan kleur en vacht en bij hen staat testen op erfelijke aandoeningen van de PWD zeker niet op de eerste plaats. Bij anderen staat het testen op de eerste plaats en is kleur van ondergeschikt belang.

Als American Dancer’s kennel proberen wij ook om hier zo zorgvuldig mogelijk mee om te gaan. Dit doen wij door gezondheidstesten voor onze fokhonden en het goed volgen van de bloedlijnen die in ons fokprogramma zitten.

Op ziektes waar een DNA test voor ontwikkeld is, (PRA, GM1, JDCM & IC ) wordt door ons getest. Deze testen kunnen uitgevoerd worden bij een aantal laboratoria in Europa die licentiehouder zijn of rechtstreeks in Amerika. Dit kan door bloedmonsters of een zgncheeckswab. Indien beide ouderdieren DNA getest zijn en vrij zijn kan voor alleen de generatie erna zgn “Clearbyparents” gebruikt worden wat wil zeggen dat zij vrij zijn.

Voor oogafwijkingen maken wij regelmatig een CERF. De heupen worden geröntgend en voor de rest van de aandoeningen hebben wij nauw contact met Amerika waar de populatie groter is en men meer weet over de diverse aandoeningen en bloedlijnen.

Wat betreft gezondheid en erfelijke afwijkingen heeft het ras een aantal specifieke aandachtsgebieden, waarvan wij de voornaamste hieronder zullen behandelen.

GM-1: (Storage Disease of Gangliosidosis)

Het is een vreemde ziekte die alleen voorkomt bij Portugese Waterhonden en mensen. Het is een genetisch overdraagbare stofwisselingsziekte waar de pups uiteindelijk aan overlijden. De ziekte wordt gekarakteriseerd door de afwezigheid van een bepaald enzym benodigd voor een normale stofwisseling in het lichaam. Ten gevolge daarvan ontstaat er ophoping in de cel (Storage) van een bepaalde stof waarop dat enzym normaal gesproken reageert. De pup is normaal bij geboorte maar je ziet wel dat de groei minder is dan van de nestmaatjes.Op 2 tot 4 maanden ontstaan er kenmerken zoals: zicht problemen, sloomheid en moeilijkheden met lopen.Meestal halen ze de 8 maanden niet.

Sinds 1999 is er een DNA test waarmee men kan bepalen of een hond Normal (vrij) of Carrier (drager) is. Een volwassen lijder aan deze ziekte is er niet, want deze overleeft het niet !!

Het gen voor GM-1 is recessief en het verervingspatroon is als volgt:
Normal x Normal => 100 % Normal
Normal x Carrier => 50 % Normal & 50 % Carrier
Carrier x Carrier => 25 % Normal & 50 % Carrier &25 % Affected (gaandood)

Cardio (Juvenile Dilated Cardiomyopathy – JDCM)

Dit is een erfelijke, dodelijke ziekte die wordt veroorzaakt door een simpel recessief gen (beide ouders moeten het gen doorgeven wil de JDCM tot uiting komen. De symptomen van JDCM zijn: overgeven, verminderde eetlust, moeilijkheden met ademhaling.

Heel vaak wordt het verkeerd gediagnosticeerd en denkt men aan longontsteking. De pup sterft in de regel tussen 6 weken en 7 maanden. Aan sommige pups is van te voren niets te merken en deze worden dan door de fokker of eigenaar plots dood aangetroffen. Bij anderen begint het met de genoemde symptomen en sterven ze vervolgens binnen de 12 tot 48 uur.

Tot op heden is er geen genezing of behandeling mogelijk.Maar gelukkig is hier sinds 2007 ook een DNA test voor.
De ziekte wordt gekarakteriseerd door een vergroot, zwak hart dat niet in staat is om krachtig genoeg samen te trekken voor een goede bloedcirculatie. Een onvoldoende bloed stroom beïnvloed de lichaamsfuncties; de longen vullen zich met vloeistof en uiteindelijk geeft het verzwakte hart het op.

Het verervingspatroon is:
Normal x Normal => 100 % Normal
Normal x Carrier => 50 % Normal& 50 % Carrier
Carrier x Carrier => 25 % Normal& 50 % Carrier & 25 % Affected (gaan dood)

PRA (ProgressiveRetinalAtrophy)

Hierbij gaat het om een genetisch overdraagbare ziekte die op den duur blindheid veroorzaakt bij de hond. Voor PRA is er een DNA test ontwikkeld. Hierbij kan direct door bloedonderzoek bepaald worden of de hond PRA in zijn genen heeft.

De hond kan lijder (C = affected), drager (B = carrier) of vrij (A = clear) zijn van deze ziekte. Beide ouders moeten een drager zijn van het gen om een lijder te produceren. Heeft men een lijder (C) of drager (B) dan moet indien men fokt, deze altijd gecombineerd worden met een vrije (A) hond.

Improper coat (foutieve vacht)

Een PWD met een improper coat ziet er niet rastypisch uit, ondanks dat de ouders van een dergelijke PWD wel echt raszuiver en rastypisch kunnen zijn. Het is geen gezondheidsprobleem maar een cosmetisch probleem. Er zijn vele mogelijkheden hoe de uiteindelijke vacht eruit komt te zien. Het kan zijn dat het lichaam gewone beharing heeft, maar het haar op de poten, voeten en kop korter is. Een wavy met improper coat zal er uit komen te zien als een flatcoatedretriever of een border terwijl een curly met improper coat gaat lijken op een curly coat retriever of een Amerikaanse waterspaniel. Deze vachten verharen meestal ook, terwijl de gewone vachten dit niet doen. Hiermee dient men rekening te houden indien men kiest voor de PWD als men allergisch is voor verharende honden. Ook voor improper coat is een DNA test ontwikkeld om verdere verspreiding binnen het ras te voorkomen. De hond kanclear, carrier of affected zijn, waarbij affected zichtbaar is en testen overbodig is.

Voor GM-1 en Cardio geldt dat de ouderdieren altijd vrij (GM-1: Normal / Cardio 1-1 Normal) moeten zijn of ten hoogste één van de twee drager (GM-1: Carrier / Cardio 1-2 Carrier) mag zijn.
Voor PRA en Improper Coat geldt dit ook echter kan één van de ouderdieren zelfs ook lijder zijn, alhoewel met een lijder niet vaak gefokt zal worden. IN dat geval moet de andere ouder volledig vrij (clear) zijn.

HD (Heup Dysplasie)

HD is een veel voorkomend probleem bij rashonden komt ook bij de PWD voor. Heup dysplasie is een door erfelijke factoren (30%)èn uitwendige invloeden (70%) bepaalde ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten. Sommige honden ondervinden hiervan ernstige hinder.
De methode om de heupen te controleren is door het maken van röntgenfoto’s. Vanaf 12 maanden kan je je hond laten röntgenen. Deze foto wordt ingestuurd naar de Raad van Beheer en wordt beoordeeld door een panel van dierenartsen die de uitslag bepalen, die kan variëren van A (vrij) tot E (ernstige dysplasie). Indien één van de ouderdieren B of C heupen heeft moet de andere ouder altijd A heupen hebben.
Tegenwoordig zijn er steeds meer dierenartsen die een pubercheck uitvoeren op 6 maanden waarbij eventueel ook de heupen geröntgend worden. Dit is dan geen officiële heup foto echter wel een goede manier om te bepalen of extra aandacht nodig is voor de soort en hoeveelheid beweging van de hond.

Hoewel er een erfelijke aanleg voor HD moet zijn, spelen andere factoren een nog belangrijkere rol, zoals bijvoorbeeld voeding, gewicht en beweging (foutieve bewegingen of teveel doen met een pup zolang de gewrichten nog in ontwikkeling zijn)

Addisons

De ziekte van Addison staat ook bekend als primaire bijnierschorsinsufficiëntie. De bijnieren produceren normaal gesproken hormonen die de suikerstofwisseling regelen en de verhouding zout/water in het lichaam in evenwicht houden. Naar de oorzaak van deze ziekte wordt nog onderzoek gedaan en men weet nog niet hoe deze ziekte doorgegeven wordt en dus ook nog niet of het een erfelijke kwestie is. De ziekte komt voor bij zowel de mens als bij dieren.

De ziekte van Addison is niet te genezen, behandeling is wel mogelijk. Het is dus een chronische ziekte.

Het kan evenwel lastig zijn om de diagnose van deze ziekte vast te stellen, dus het is van belang voor de dierenarts te weten dat deze ziekte ook bij PWDs voorkomt. Stress wordt beschouwd als een belangrijke oorzaak voor het tot uiting komen van de ziekte.
Symptomen zijn o.a.: gewichtsverlies, overgeven, futloosheid, zwakte, depressie en haaruitval.
Wanneer er geen behandeling plaatsvindt kan deze ziekte tot de dood leiden.

Hairloss ( folliculaire dysplasie)

Bij sommige PWDs treedt plaatselijk haaruitval op. Deze waarschijnlijk erfelijke aandoening is niet te zien als pup maar treedt pas op als de hond 2 tot 4 jaar oud is. Het haar kan uitvallen en weer aangroeien, maar ook bestaat de mogelijkheid dat deze plekken kaal blijven.

Gebleken is dat de meeste honden met deze aandoening geboren zijn uit een curly/ curly dekking. Een curly x curly dekking moet dan ook vermeden worden. Een GOEDE fokker kan direct bij geboorte zien of de pup een wavy of een curly vacht heeft. Er zijn fokkers die het verschil tussen curly en wavy niet zien en derhalve curly x curly fokken, met hairloss mogelijk tot gevolg!
Normaal heeft de PWD geen last van haaruitval en wordt hij nogal eens aangeschaft door mensen die allergisch zijn voor verharende honden.

Andere oorzaken van hairloss kunnen zijn de ziekte van Cushing, allergie, parasieten en medicijn gebruik. Bij de ziekte van Cushing wordt teveel van het hormoon cortisol geproduceerd door het bijnierschors. Om dit vast te stellen zullen er cortisol bepalingen gedaan moeten worden in monsters ochtendurine.

CERF

Vele Europese fokkers maken de fout om zich blind te staren op PRA en vergeten om ook een “CERF” te laten maken bij een gespecialiseerde oogarts. Er zijn namelijk meer oogafwijkingen waar rekening mee gehouden moet worden. Het CERF (Canine Eye Registration Foundation) onderzoek, onderzoekt op o.a. de volgende mogelijke afwijkingen:

Distichiasis

Distichiasis is het voorkomen van kleine haartjes op de normaal gesproken onbehaarde ooglidrand. Deze haartjes kunnen het hoornvlies van het oog irriteren, doordat ze continue erlangs schuren. We zullen bij deze dieren een tranend oog (of meestal ogen) en knijpen met het oog zien. Door dit knijpen wordt de irritatie eigenlijk alleen maar erger: de haartjes op het ooglid zullen alleen maar meer tegen de oogbol aan gedrukt worden. Om deze irritatie en beschadiging van het hoornvlies te voorkomen moeten de haartjes worden verwijderd. Het beste kan dit gebeuren door de haartjes met wortel en al uit te roeien, zodat de kans op recidief verdwijnt. De oogarts heeft hiervoor speciale apparatuur beschikbaar. Distichiasis kan voorkomen op elke leeftijd en lijkt erfelijk te zijn door de hoge frequentie in sommige rassen. Het doel is om de frequentie te verminderen en derhalve is het belangrijk om er in het fokprogramma rekening mee te houden.

Cataracts

Cataracts is de officiële benaming voor “staar”. Het is een vertroebeling van de lens van een of beide ogen. Hierdoor vermindert het zicht van de hond en kan uiteindelijk leiden tot blindheid. Het geeft het beeld van kijken door mat glas. In principe is het een ouderdomskwaal, maar bij sommige honden komt het al op jonge leeftijd voor om onbekende redenen. Het is ook een mogelijke complicatie van suikerziekte of lensbeschadiging door trauma. De troebele lens kan worden verwijderd en tegenwoordig worden er zelfs kunstlenzen geplaatst bij huisdieren. Dit wordt gedaan door een oogarts, nadat is gecontroleerd of het oog verder goed functioneert (met name het netvlies). Dit kan het beste gecontroleerd worden nog voordat de lens volledig ondoorzichtig is geworden. Voor het fokprogramma kan men voorzichtigheidshalve aannemen dat cataract erfelijk is, behalve in het geval dat bekend is dat het door trauma of een andere oorzaak gekomen is. De frequentie en het belang in het ras is niet echt bekend. Er zijn gevallen bekend van cataract op 8 weken.

Microphthalmia

Dit is een kleine oogbol met andere aanverwante aangeboren afwijkingen die o.a. het hoornvlies, de voorste oogkamer, de lens en/of het netvlies kan treffen. Deze afwijkingen kunnen variëren in sterkte. Binnen het ras zijn hiervan enkele gevallen geconstateerd, waarvan allen gemeenschappelijke voorouders hebben. Alle tot nog toe geïdentificeerde probleemgevallen zijn het resultaat van honden die fenotypisch normaal waren, hetgeen verondersteld dat deze afwijking niet dominant vererfd. Met een CERF op acht weken leeftijd kan men onderzoek doen naar deze afwijking. Met honden die aan deze afwijking lijden moet niet gefokt worden.

Persistent Pupillary Membranes

(PPM of MPP) Blijvende restanten van bloedvaten in de voorste oogkamer, die normaal gesproken zouden moeten verdwijnen in de fase net na de geboorte. Deze “draden ” kunnen lopen van iris tot iris, iris naar hoornvlies, iris naar lens of vormen lagen van weefsel in de voorste oogkamer kunnen overbruggen. De laatste drie vormen zijn de grootste bedreiging voor het gezichtsvermogen en kunnen, indien ernstig, leiden tot beschadiging of blindheid. De echte frequentie en betekenis van deze afwijking voor de PWD zijn niet bekend. MPP kan door een CERF examen op acht weken leeftijd gediagnosticeerd worden.

De verschillende vormen:

  • One end of PPM floating in anterior chamber – no clinical significance
  • Iris to lens – results in capsular cataract
  • “Y” shaped iris to iris band – no clinical significance
  • Single iris to iris band – no clinical significance
  • Iris to cornea – results in adherent leukoma of the cornea